Recensie: Jaap Voigt, Leven en Werken in het Ritme van de Seizoenen

In het China van 100 v.Chr. werd er een koppeling gemaakt tussen de I Tjing en de maanden van het jaar. In zijn nieuwste boek, met prachtige foto’s van Hapé Smeele, geeft Jaap Voigt dit systeem een praktische waarde waar de oude Chinezen nog wat van zouden kunnen leren. Daarnaast worden andere hexagrammen toegevoegd, als aanvullende lagen op dit systeem. In deze recensie wordt niet alleen de inhoud van Jaap Voigt z’n boek behandeld, maar wordt tevens geprobeerd de achtergrond te schetsen van de systemen die de peilers vormen van zijn werk. Deze achtergrond wordt niet altijd in het boek genoemd, en kennis ervan kan meer duidelijkheid scheppen over de toepassingsmogelijkheden van deze eeuwenoude ordening.

De basis
Het was waarschijnlijk Meng Xi 孟喜 (1ste eeuw v.Chr.) die het zogenaamde guaqi 卦氣 model ontwikkelde, waarbij alle hexagrammen zijn gekoppeld aan de 24 jieqi 節氣 (de 24 perioden van de Chinese zonnekalender), de 12 maanden van deze kalender, de seizoenen en de dagen van het jaar.1 Eén onderdeel van deze uitgebreide ordening wordt gevormd door de bigua 辟卦, de ‘soeverein­hexagrammen’ die hier in het westen bekend zijn geworden als ‘maandhexagrammen’. Deze hexagrammen worden gekoppeld aan de 12 maanden van de Chinese zonnekalender (2 jieqi vormen 1 maand):

Maand Van … tot … Soeverein-hexagram bij Meng Xi Soeverein­hexagram bij Jaap Voigt
1 4 feb – 4 mrt

11

19
2 5 mrt – 3 apr

34

11
3 4 apr – 4 mei

43
 
34
4 5 mei – 4 jun

1
 
43
5 5 jun – 6 jul

44

1
6 7 jul – 6 aug

33

44
7 7 aug – 6 sept

12

33
8 7 sept – 7 okt

20

12
9 8 okt – 6 nov

23

20
10 7 nov – 6 dec

2
 
23
11 7 dec – 4 jan

24

2
12 5 jan – 3 feb

19

24

Je ziet dat Chinese zonnemaand 1 niet overeenkomt met onze eerste maand van het jaar; grofweg lopen de Chinese maanden één maand achter op onze kalender.

Hoewel Jaap zich heeft laten inspireren door de ordening van Meng Xi heeft hij het aangepast aan zijn eigen ervaringen (zie laatste kolom tabel boven), waardoor er een verschuiving plaatsvindt. Zelf zegt Jaap hierover:

Mijn uitgangspunt, mijn echte ijkpunt, is energetisch gezien 21 juni en 21 december. Respectievelijk hoogtepunt yang (hex1) en hoogtepunt yin (hex 2). Alle andere maanden zijn een afgeleide daarvan. De terugkeer in januari klopt volkomen met mijn ervaringswereld (bijvoorbeeld) mijn laag 4 (de energetische laag HM). De verschillende lagen zijn ook een afgeleide van die indeling.
(e-mail)

Deze redenering is volkomen te begrijpen, het lijkt niet meer dan logisch om hexagram 1, wat een volledig yang-hexagram is, te koppelen aan de maand juni waarin de langste dag van het jaar plaatsvindt, de zomerzonnewende. Ook hexagram 2 wordt zo gekoppeld aan de winterzonnewende, in de tweede helft van december. De Chinese filosofie gaat er echter van uit dat het begin van zo’n maximum al eerder is geboren, en dat dit maximum niet meer is dan een waarneembare uiting van het eerder geplante maar onzichtbare begin. Dus ook al is hexagram 1 energetisch voelbaar in juni, in mei is de kiem voor dit hexagram al geplant. Waar Jaap de 11de maand ziet als het meest yin, en daardoor in overeenstemming met hexagram 2, zien de Chinezen de maand van de winterzonnewende als de maand waarin yang terugkeert – en koppelen ze deze maand dus aan hexagram 24, De Terugkeer. De kiemen te kennen, dat is voorwaar goddelijk, staat er in de Da Zhuan.2 Dit is waarschijnlijk één van de uitgangspunten die Meng Xi hanteerde. Overigens moet in gedachten worden gehouden dat dit systeem van de maandhexagrammen maar een klein onderdeel is van het hele liuri qifen 六日七分 systeem van Meng Xi, voor een goed begrip van de maandhexagrammen in hun oorspronkelijke context is bestudering van de gehele ordening nodig. In latere tijden krijgen de maandhexagrammen een prominente rol in de daoïstische alchemie.

Op pag. 15 merkt Jaap op:

In de I Tjing van Richard Wilhelm staat bij sommige hexagrammen dat zij bij een bepaalde maand horen. Zo hoort bijvoorbeeld hexagram 12 De Stilstand bij september.

Wilhelm zegt echter, “Het teken hoort bij de zevende maand (Augustus-September) als het jaar zijn hoogtepunt heeft overschreden en het herfstachtig verwelken wordt voorbereid.” Dat Wilhelm het heeft over de zevende maand, en tegelijkertijd aangeeft dat dit gaat om de maanden augustus-september, laat zien dat hij de Chinese zonnemaanden bedoelt, en zijn toekenning is in overeenstemming met het oorspronkelijke systeem van Meng Xi. Uit bovenstaande tabel kunnen we afleiden dat de zevende maand grotendeels augustus beslaat, en een klein gedeelte van september.

Ook zegt Jaap dat de maandhexagrammen “summier en soms foutief, beschreven [staan] in de Tjing van Wilhelm” (p. 21). Hoewel de maandhexagrammen door Wilhelm op zich niet foutief aan de Chinese zonnemaanden worden gekoppeld (hij zegt bijvoorbeeld correct dat hexagram 11 hoort bij de 1ste maand, 43 bij de 3de maand, enz.) is zijn koppeling van die Chinese zonnemaanden aan onze westerse kalender regelmatig onjuist, zoals uit onderstaande tabel mag blijken. In Boek I en Boek III van zijn vertaling worden de maandhexagrammen soms aangestipt, met daarbij de maanden waar deze onder zouden vallen:

Maand Van … tot … Soeverein-hexagram Boek I Boek III
1 4 feb – 4 mrt 11 feb-mrt jan-feb (!)
2 5 mrt – 3 apr 34 mrt-apr ’2de maand’
3 4 apr – 4 mei 43 ’3de maand’ ’3de maand’
4 5 mei – 4 jun 1 - apr-mei (!)
5 5 jun – 6 jul 44 ’5de maand’ -
6 7 jul – 6 aug 33 jul-aug -
7 7 aug – 6 sept 12 aug-sept jul-aug (!)
8 7 sept – 7 okt 20 sept-okt -
9 8 okt – 6 nov 23 aug-sept (!) -
10 7 nov – 6 dec 2 - oct-nov (!)
11 7 dec – 4 jan 24 nov-dec (!) ‘maand v.d. winterzw’
12 5 jan – 3 feb 19 jan-feb -

De (!) geven aan waar Wilhelm de Chinese maanden fout koppelt aan onze maanden. De tabel toont aan dat hij er een beetje vreemd in om slaat: in Boek I zegt Wilhelm dat de 1ste maand valt onder februari-maart, in Boek III zegt hij echter dat de 1ste maand januari-februari is. Een zelfde fout maakt hij bij de 7de maand. Het moge duidelijk zijn dat Wilhelm wat dit systeem betreft niet de betrouwbaarste bron is. Overigens zijn in de Engelse vertaling van Wilhelm’s I Tjing al deze fouten hersteld.

De maandhexagrammen vormen één laag uit het boek van Jaap Voigt, de ‘energetische laag’. Hierover zegt Jaap:

Hoewel energie, zoals in deze energetische laag bedoeld, niet direct waarneembaar is – net zo min als een intentie of een grondhouding – is het wel rechtstreeks te ervaren. Het is als met het begrip kwaliteit: iedereen heeft daar direct een gevoel bij en stemt zijn bestaan daarop af. In deze laag gaat het over de kwaliteit van de energie.
(p. 21)

Grondhouding
Uit deze laag, die in Jaap’s boek de vierde laag vormt, kunnen de andere lagen gedestilleerd worden. De hexagrammen van de eerste laag, ‘de grondhouding’, worden bepaald door de eerste lijn van het maandhexagram: is de eerste lijn een yang-lijn, dan is hexagram 1 het hexagram voor de grondhouding; is de eerste lijn een yin-lijn, dan is de hexagram 2 het hexagram voor de grondhouding. Vervolgens wordt een bewegende lijn aangewezen: de lijn die in het maandhexagram is veranderd ten opzichte van het maandhexagram van de vorige maand is de bewegende lijn. Zo heeft de maand augustus als maandhexagram (‘energetische laag’) hexagram 33, en is zijn grondhouding de tweede lijn van hexagram 2.

Het koppelen van hexagramlijnen aan de maanden vinden we ook in het liuri qifen systeem van Meng Xi, waar de maandhexagrammen uit voortkomen. Meng gebruikte echter de Vier Hoofdhexagrammen (si zhenggua 四正卦; hexagrammen 51, 30, 58 en 29) als uitgangspunt. Deze hexagrammen (ontstaan uit verdubbeling van de trigrammen die in de kardinale richtingen staan van de houtian 後天 trigramcirkel) worden door Meng gekoppeld aan de vier seizoenen, en de 24 lijnen van deze hexagrammen worden vervolgens gekoppeld aan de 24 jieqi (zie deze tekening). Zo heeft de eerste helft van de elfde maand (grofweg overeenkomend met onze maand december) de eerste lijn van hexagram 29 en de tweede helft heeft de tweede lijn; de twaalfde maand (januari) heeft de derde en vierde lijn van dit hexagram, enzovoort, na hexagram 29 verdergaand met hexagram 51, 30 en 58.

Hoewel het oorspronkelijke systeem dus een koppeling kent tussen enige hexagramlijnen en de maanden, hanteert Jaap een ander systeem wat hexagram 1 en 2 als basis heeft. Dit zou in China vrij ongebruikelijk zijn, omdat deze twee hexagrammen ook al als maandhexagrammen voorkomen, en zo’n dubbel gebruik van hexagrammen past niet in de gesloten ordening die het systeem van Meng Xi geacht wordt te zijn. Nu is er overigens wel een ánder systeem bekend, ontworpen door Zheng Xuan 鄭玄 (127-200) op basis van passages uit de Cantongqi 參同契, waarbij de lijnen van hexagram 1 en 2 worden gekoppeld aan de 12 maanden (zie deze afbeelding); hierbij worden de oneven maanden gekoppeld aan de lijnen van hexagram 1, en de even maanden aan de lijnen van hexagram 2. Een logische volgorde waarbij yin en yang zich afwisselen en wat m.i. meer in overeenstemming is met het Chinese uitgangspunt dat even altijd yin is en oneven altijd yang. De Chinezen zullen niet snel zeggen dat de eerste helft van het jaar (uitsluitend) yang is en de tweede helft yin; iets wat door de grondhoudingslaag van Jaap wel wordt gesuggereerd.

Over deze laag zegt Jaap:

Wij kunnen ons als mens afstemmen op [de] archetypische energieën van Het Scheppende en Het Ontvangende. Op die manier komen wij in contact met een basisintentie, een centrum, ofwel een Grondhouding die richting geeft aan ons bestaan, maar die zich nog op geen enkele manier in de wereld waarneembaar manifesteert.
(p. 18)

Impuls
De hexagrammen van de tweede laag, ‘de impuls’, krijg je door de niet-bewegende lijnen van het grondhoudingshexagram te laten omslaan in hun tegendeel. Hoe Jaap dit precies bedoelt legt hij uit aan de hand van hexagram 1:

Wanneer een lijn van dit hexagram beweegt, wordt deze eerst meer yang dan de andere vijf lijnen, want het yang van die lijnen culmineert. De ‘kleine yanglijn’ wordt een ‘grote yanglijn’. Het is dan alsof de lijn oplicht omdat hij vlak voor de omslag sterk actief wordt. Die overmaat aan energie van de veranderende yanglijn ‘overstraalt’ de andere yanglijnen, die daardoor ten tijde van de omslag (even) yin worden ten opzichte van de overstralende lijn.
(p. 20)

Augustus heeft zo als impuls hexagram 13.

Het impuls-hexagram zal in de betreffende maand op verschillende momenten kortstondig te ervaren zijn (yang). Het zijn wellicht onverwachte schokken of schokjes van herkenning die zowel uit je binnenwereld als uit de buitenwereld kunnen komen.
(p. 20)

Onderstroom
De derde laag, ‘de onderstroom’, is het tegendeel van het hexagram uit de tweede laag; dit tegendeel wordt ook wel het schaduwhexagram genoemd, in het Chinees (naast nog enige andere namen) pangtonggua 旁通卦 geheten, letterlijk ‘zijdelings verbonden hexagram’.3 Door van het hexagram uit de tweede laag de yin-lijnen yang te laten worden en de yang-lijnen yin krijg je het onderstroomhexagram. Zo heeft de maand augustus als onderstroom hexagram 7. “Deze onderstroom zal als een bedding (yin) gedurende de hele maandperiode te ervaren zijn”, zo licht Jaap toe (p. 20).

De Vormenwereld
Bij de vijfde en tevens laatste laag wordt het maandhexagram via de twee bekende trigram cirkels omgezet naar een zgn. ‘vormhexagram’: de posities die de trigrammen van het hexagram innemen in de houtian-cirkel bepalen de trigrammen die in de xiantian 先天-cirkel op dezelfde plaats staan; deze trigrammen maken vervolgens het vormhexagram. Deze techniek is in het westen vrij bekend maar in China nooit toegepast. Dit is waarschijnlijk te verklaren doordat de xiantian-trigramcirkel vele eeuwen jonger is dan de houtian-cirkel.4 Pas rond 800 werd deze cirkel geïntroduceerd – te jong om in latere eeuwen van grote invloed te zijn op het praktische gebruik van de I Tjing. Het Vormhexagram is een typisch westerse vinding, maar wel eentje die een duidelijk Chinese fundering heeft:

De energetische laag (laag 4) en de laag van de vormenwereld (laag 5) zijn, ten opzichte van de (…) verticale as van de grondhouding en bijbehorende impuls en onderstroom, te beschouwen als horizontale uitvloeiingen. Deze behoren tot de energetische en vorm-ervaringen in het leven en werken van de mens en gaan in de cyclus van het jaar steeds in elkaar over.
(p. 21)

Beschrijvingen
De teksten waarin dit bij elk hexagram wordt uitgewerkt bevatten mooie omschrijvingen van de betekenissen van een maandhexagrammen, maar het verband tussen die tekst en de betreffende maand is mij niet altijd duidelijk. Zo staat er bij de maand april over maandhexagram 34:

Het omhoogdringende yang heeft hier reeds het midden overschreden, zoals te zien is aan de vierde lijn van dit hexagram, die nu ook yang is geworden. Het goede hiervan is dat de schok (het bovenste trigram Donder), die naar buiten toe werkt, van binnenuit in toom gehouden wordt door de kracht (het onderste trigram Hemel): binnen controleert buiten. Dan is je gezag, je autoriteit vanzelfsprekend en natuurlijk. Daardoor zal de buitenwereld dit gezag gemakkelijk kunnen aanvaarden. De valkuil is dat je ego vanuit eigenbelang met de macht aan de haal gaat; dan wordt die ingezet om anderen te overheersen of te dwingen. Op den duur leidt dit altijd tot gezichtsverlies. Daarom gaat het in dit beeld ook over het matigen van machtsuitoefening. Alleen als er geregeld pas op de plaats wordt gemaakt, zal een juiste dosering van invloed en macht mogelijk blijven.
(p. 45)

Ik vind dit een treffende beschrijving van enige kernwaarden van hexagram 34, maar ik zie niet hoe dit nu verband houdt met de maand april, of waarom dit niet voor elke andere maand zou kunnen gelden. Het boek doet in zekere zin denken aan de ‘Maandelijkse Opdrachten’ uit de Lüshi Chunqiu 呂氏春秋 en Liji 禮記, waarin wordt verteld wat de veranderingen in de seizoenen en aan de hemel zijn, en wat de keizer moet doen om in overeenstemming daarmee te handelen. De Maandelijkse Opdrachten zijn zeer concreet, de teksten van Jaap daarentegen vrij abstract. Gelukkig kent elke maand een hoofdstuk met ‘aandachtspunten & vragen’ waarmee het gebodene van elke laag praktisch gemaakt kan worden.

Ondanks de genoemde puntjes van kritiek is het boek een prachtig hulpmiddel om meer structuur aan te brengen in je dagelijkse leven. Een structuur die de veranderingen in de seizoenen als uitgangspunt heeft, met hexagrammen aangeboden als ijkpunten: beter kan je het niet krijgen. Hoewel het gehanteerde systeem wat afwijkt van z’n oorsprong (en daar heb ik persoonlijk altijd moeite mee – Chinese systeempjes nodigen door hun rationele grondslag meestal niet uit tot aanpassing zonder het systeem te ontkrachten) is het Jaap gelukt een instrument aan te reiken wat je meer bewust maakt van de jaar-gang, en wat je hiermee kunt doen. Jaap begint het Vooraf met “Het probleem van onze tijd is dat we in onze samenleving in een uiterste turbulentie terecht zijn gekomen.” (p. 3) Daar ben ik het niet mee eens, en deze ietwat fatalistische uitspraak verbaast me van een schrijver met een daoïstische inslag. Zo er al uiterste turbulentie is (wat ik bestrijd, it is all in the eye of the beholder), dan is dit geenszins een probleem: de Chinese filosofie schrijft voor dat dit uiterste zal omslaan om zo voor stabiliteit te zorgen. Leuk is misschien anders, maar een probleem is het niet, dat is een te subjectieve benadering van de cyclische loop van de geschiedenis, iets waar de Chinezen met hun wisselende dynastieën veel ervaring mee hebben. Maar ik ben het met Jaap eens dat we, net als de oude keizers en zijn onderdanen, meer naar de seizoenen mogen luisteren. Daarin ligt een schat aan wijsheid verborgen, zo voor het oprapen, en het enige wat je hoeft te doen is ernaar te luisteren. En mocht je het niet verstaan, dan is Leven & Werken in het Ritme van de Seizoenen je beste tolk.

Vormgeving
Het hele boek is goed voorzien van kleur, elk seizoen en elke maand heeft een eigen toon meegekregen, zonder storend te werken of aan de leesbaarheid af te doen. Maar wat het boek helemaal af maakt zijn de prachtige foto’s van Hapé Smeele. Met open mond en met stomme verbazing over zoveel schoonheid hebben mijn vrouw en ik keer op keer door het boek zitten te bladeren: pure natuur, op eenvoudige maar verstillende manier in beeld gebracht. De kleuren en composities sluiten naadloos aan bij de maanden, en ze bieden prachtig contemplatiemateriaal tijdens het lezen, om even de tekst op je te laten inwerken en denkprocessen te stoppen. De foto’s presenteren zich als visualisaties van de besproken principes, en vullen de tekst aan zoals yin zich bij yang voegt. Een prachtig staaltje werk waar geen superlatieven te fors voor zijn.

Een aanrader voor iedere natuurliefhebber, die het ritme van Moeder Natuur in zijn leven wil integreren.

Boekgegevens

Jaap Voigt & Hapé Smeele
Leven & Werken in het Ritme van de Seizoenen

Gebonden, 146 pagina’s
Ef & Ef In Boeken, 2008
ISBN 9789081319614
€ 27,50

Te bestellen via www.jaapvoigt.nl of www.hapesmeele.nl .

Noten

1Bent Nielsen, A Companion to Yijing Numerology and Cosmology; p. 75-80

2Wilhelm, I Tjing; p. 238

3Nielsen; p. 185-187

4François Louis, The Genesis of an Icon: The Taiji Diagram’s Early History; Harvard Journal of Asiatic Studies 2003, vol. 63, no. 1, pp. 145-196

Bookmark the permalink.

Geef een reactie/Leave a comment