I Tjing & Management (I): Dr. Joseph Wong, “I Ching Management – Mastering Chinese Business Wisdom”

Dr. Joseph Wong, geboren in 1941 in Singapore, heeft volgens de uitgever naast zijn studie civiele techniek een aantal gedegen managementopleidingen gevolgd in de USA. Hij is een ervaren internationale business consultant en belangrijke spreker op universiteiten.

Daarbij is hij succesvol in het verenigen van de Chinese wijsheidscultuur met modern business management. Hij bestudeert de I Tjing al meer dan vijftig jaar.

In zijn heel soepel, goed leesbare en rijk geïllustreerde boek van nog geen 150 pagina’s behandelt hij de achtergrond en mogelijke toepassing van de I Tjing in business. Daartoe voert hij een drietal figuratieve personen op, die ons met de I Tjing vertrouwd maken.


Allereerst is daar Professor Zou Shi (de schrijver Dr. Wong), die naar eigen zeggen grote belangstelling voor de Chinese cultuur en speciaal in de werkingsprincipes van de I Tjing heeft. Hij is directeur van een consultancy firma en traint bedrijven in resultaatverbetering. Daarnaast geeft hij een management cursus waarin de principes van de Oude Chinese Klassieken een plaats vinden. Verder worden de studente Ming, die Westers georiënteerd is en de student Rama uit India, waarmee eenvoudig Boeddhistische elementen naast de Taoïstische geïntroduceerd kunnen worden, ten tonele gevoerd.

Omdat de boodschap als een soort stripverhaal wordt overgebracht neemt de tekst nog niet de helft van het boek in. De illustraties zijn zeer toepasselijk en informatief, waardoor het boek “lekker weg leest”. Desondanks blijft het niet zeer oppervlakkig en is het zeker voor een eerste kennismaking met het gedachtegoed van de I Tjing zeer geschikt. Voor een praktische toepassing als orakelboek is het niet tot nauwelijks geschikt te noemen. Maar dat is ook niet de pretentie van de schrijver, zoals bij goede lezing ook al uit de titel blijkt.

Het boek bestaat grofweg uit twee delen; wat is de I Tjing eigenlijk en hoe kan deze ons in het zakenleven behulpzaam zijn. Als Appendix worden in een paar regels de highlights van alle 64 hexagrammen gegeven en een soort catechismus waarin de stof op hoofdpunten wordt aangehaald en deels nog wordt aangevuld.

Verfrissend is dat Dr. Wong een meer dan gebruikelijke achtergrond van het ontstaan van de I Tjing geeft. Het is tevens een geslaagde poging om het boek uit de hoek van speculatie, geitenwollen sokken en zweverigheid te halen. Waar het ook geenszins thuishoort.

Zo verhaalt hij de drie betekenissen van Yi – verandering (bianyi), constante (buyi), eenvoud (jianyi) – en benadrukt hij het karakter van alles om een cyclus te volgen.1

Door de wetmatigheden te kennen wordt de loop van een ontwikkeling kenbaar: “Once we have discovered the principle of constancy in change then we can explain all changes and break down complexity into simplicity” (p 8). “By applying the Yijing’s timeless wisdom of “constant principles” and “changing factors”, we can work things out with purpose and peace of mind” (p 9). En complexe situaties worden eenvoudig, als we de onderliggende wetmatigheden kennen. “From the principle of finding “constant” in “change”, constant laws can explain a myriad of changes. In this way a complex situation becomes simple and something that looks difficult is rendered easy. If we have a steady attitude we can determine the future” (p 8).

Als belangrijkste bouwers aan de I Tjing worden Fuxi, koning Wen en Confucius opgevoerd. Fuxi (ook bekend als Paoxi, Huangxi en Taihao) zou rond 5.000 v.Chr. geleefd en aan de basis van de Chinese cultuur gestaan hebben. Koning Wen leefde ca. 1.100 v.Chr. en Confucius ca. 500 jaar voor onze jaartelling.

Bij het ten tonele voeren van yin en yang wordt duidelijk vermeden dat deze louter als tegenstellingen worden gezien. Zij werken op elkaar in en vullen elkaar aan. Het Taiji symbool (oorspronkelijk getekend door Zhou Dunyi van de Song dynastie (ca. 1.050 AD) en pas later als symbool voor het daoïsme geannexeerd) neemt dan ook een prominente plaats in bij de diverse verklaringen. “Taiji in reality is a wholeness, anything can be taiji” (p 16) zegt de professor.

We leven niet alleen in een duale wereld, maar ook in een digitale. Hier wordt op een bijzondere manier op ingegaan. Allereerst wordt de legende van het rivierdiagram dat op de rug van een paard opgetekend staat dat in de Gele Rivier naar Fuxi zwemt, aangehaald.

Yin en yang worden daarmee als complementair zichtbaar door het vaste getal van 5 dat als een kolom in het midden staat. Daarna wordt de Loshu met de uitwerking naar een magisch vierkant besproken. Daarbij is 5 het centrale getal. “If this side is many, that side is few. That is the principle of “reduction counterbalancing expansion” (p 22).

4

9

2

3

5

7

8

1

6

De cyclische gang van iedere ontwikkeling rondom het Taiji-symbool wordt daarmee duidelijk en ook de omslag van de bewegende lijnen. Wonderlijk genoeg komen deze zelf niet als zodanig aan bod. De boodschap is dubbel: 1) niets is absoluut en 2) als we een toppunt hebben bereikt voert de ontwikkeling ons daar weer van af.

De opsplitsing van Taiji kan in yin en yang plaatsvinden, die ieder weer in yin en yang opgedeeld kunnen worden. Door deze opsplitsingen wordt het ontstaan van de 8 trigrammen eenvoudig verklaard. Deze trigrammen worden aan Fuxi toegeschreven.

Na een kort uitstapje over het in drie bits digitaliseren van de acht trigrammen (waarbij naar Leibniz verwezen wordt) in 000 (hemel), 001 (berg), 010 (water), 011 (wind), 100 (donder), 101 (vuur), 110 (meer) naar 111 (aarde), wordt om mij niet begrijpelijke redenen nog verwezen naar een proefschrift van de astronoom (Liu Zihua 1899-1992), die met de I Tjing principes de wetmatigheden in ons zonnestelsel heeft verklaard (“The Bagua Universe Theory and Contemporary Astrology”). Ook omdat deze in 1939 in Frankrijk geschreven doctoraal studie, waarin hij het bestaan van een 10e planeet voorspelt, zeer omstreden is, bewijst hij de I Tjing daarmee in feite geen goede zaak.

Dan komt koning Wen tevoorschijn en worden de hexagrammen ten tonele gevoerd, die uit de trigrammen ontstaan. Het is daarbij storend dat alle yin lijnen als een 6 en alle yang lijnen als een 9 aangeduid worden. Niet omdat de specifieke betekenis van de lijnen gelden als ze bewegen (en dus 6 of 9 zijn), maar omdat niet-bewegende lijnen (met getalswaarde 7 en 8) in het hele boek niet voorkomen.

Hier wordt ofwel de intelligentie van de lezer onderschat, of de weg van de minste weerstand gekozen, omdat in het volgende hoofdstuk de lijnbetekenissen (dus die van bewegende lijnen) van de 4 basishexagrammen 1, 2, 63 en 64 gegeven worden.

Het is duidelijk dat Dr. Wong met name het gebruik van de I Tjing als wijsheidsboek benadrukt. Dat is zijn goed recht, maar enige toelichting zou prettig geweest zijn.

Voordat de vier genoemde hexagrammen lijn voor lijn worden doorgenomen geeft de schrijver in kernkwadranten een paar voorbeelden van yinne en yange invloeden, zoals

1) urgentietypen: belangrijk en urgent (uitslaande brand), niet-belangrijk en urgent (toiletbezoek), belangrijk niet-urgent (strategiebepaling) en niet-belangrijk niet-urgent (geen aandacht aan besteden).

2) algemene bedrijfstyperingen met als kenmerken: bestaansduur en winstgevendheid (met typeringen als naalbomenwoud, potplant, vuurwerktype en kortbloeier).

Even verderop typeert hij bedrijfsaspecten door deze als Taiji symboolaspecten aan de acht trigrammen te relateren, waarbij yang bevestigend en yin ontkennend is, zoals situatiebeoordelingen (betalingstermijnen, werkinstelling, product opbrengst). Dat komt uit de lucht vallen, maar pas daarna wordt duidelijk dat hij daarmee het yinne respectievelijk yange karakter in een zakelijke context wil schetsen en dat aan de lijnen van de trigrammen wil koppelen.

Het schema voor de werkinstelling ziet er dan als volgt uit:

Aarde Berg Water Wind Donder Vuur Meer Hemel
Interesse

-

+

-

+

-

+

-

+

Bekwaamheid

-

-

+

+

-

-

+

+

Moraal

-

-

-

-

+

+

+

+

In beeldtaal en volgorde van hemel, aarde, vuur en meer zijn de respectievelijke adviezen promotie, ontslag, opleiding en salarisverhoging; en dat geeft als plaatje:

 Overigens wel met een te sterk vereenvoudigd uitgangspunt, want hexagram 1 wordt behandeld als het hexagram voor de leiding en 2 voor de medewerkers. Lijn voor lijn wordt het belang van de lijn en diens strekking in de gekozen context doorgenomen. Ook de situatie dat alle lijnen tegelijkertijd bewegen wordt uitgewerkt.

Hexagram 1 wordt zo een beschrijving van de start en uitgroei van een bedrijf en de houding die dit vereist van de leider. Naast de betiteling van “kracht” worden nog wel de attributen “original power” (yuan; de vrijheid van gedachten in de planningfase), “smooth progress” (heng; zich voortdurend aan de omstandigheden aanpassen), “benificial” (li; zaken soepel laten verlopen) en “staunch” (zhen; vasthouden aan de geplande uitvoering) genoemd, maar niet als attributen die ermee gepaard gaan, maar als aansporingen om aan te houden (p 48). Met de aanmoediging: “blijf jezelf krachtig maken als de hemel zijn hoogste potentie heeft bereikt”. “Heaven gives birth to everything, it enables everything to come into existence” (p 47); het wordt gekarakteriseerd door “energie en wedergeboorte”.2

Bij meerdere lijnen worden anekdotes vertelt die het begrip verlevendigen. Als je de betekenis van de lijnen kent is de relatie duidelijk, maar het is de vraag of het omgekeerde ook het geval is. De opmerkingen zijn bedrijfskundig verstandig en liggen overigens wel helemaal in lijn met het I Tjing gedachtegoed.

Als voorbeeld mag de 4e lijn uit hexagram 1 gelden: “leaping in the depths, avoid blame” vanuit de diepte omhoog springen, schaamte ontwijken. Het verhaal dat dient ter toelichting:

Er was iemand die in de kledingindustrie werkte. Hij begon met het verkopen van allerlei soorten kleding. Wat later bemerkte hij dat hij het meest kantoorkleding verkocht. Hij realiseerde zich dat hij in het zakencentrum gesitueerd was, met veel kantoren in de omgeving. De meeste mensen die kleding kochten waren dan ook kantoormensen. “Het is misschien het beste als ik mij met al mijn business inspanningen op kantoorkleding zou concentreren” zie je hem overpeinzen. Daarom beperkte hij zijn assortiment en ging na welk type van kleding het beste in de markt lag en gaf een designer opdracht om speciaal voor deze doelgroep kleding te ontwerpen. Vervolgens werd die in China geproduceerd en door hem geïmporteerd, waarmee hij geleidelijk aan succesvol een eigen label wist te ontwikkelen.

Zo wordt bij de 6e lijn opgemerkt:

“The leader must know when to advance and when to withdraw. Ditto for the product” (p. 65)

De hexagrammen 2, 63 en 64 worden op soortgelijke wijze behandeld.

Zoals al eerder opgemerkt is, wordt hexagram 2 gebruikt als metafoor voor de beschrijving van de ideale ondergeschikte. Vaak is iemand zowel baas als ondergeschikte.

Het is –gerekend naar Westerse maatstaven– een gemiste kans om bij de bewegende zesde lijn van hexagram 2 de omslag van yin naar yang en omgekeerd niet te verklaren. Het blijft bij een sub-tekstje “yin has already reached its maximum. When yin reaches its limit it returns to yang, it must contest with yang” (p 83).3

Hexagram 63 wordt als metafoor gebruikt om de Chinese filosofie te benadrukken dat iedere persoon in een organisatie de juiste positie in moet nemen en zich daarnaar moet gedragen om collectief succesvol te kunnen zijn. Hier spreekt een zakelijk pragmatisme uit, maar het is waarschijnlijk dat hier de Confucianistische cultuur van China door de opvattingen van de auteur bespeurbaar is. Het waarschuwt voor gemakzucht en veronachtzaming als alles juist perfect lijkt te verlopen. Succes is geen eindpunt; blijf even alert, aandachtig, concurrerend en even ambitieus als bij de start van de business.

Het is een pijnlijk foutje dat de 2e lijn van hexagram 63 (yin) als een 9 wordt aangegeven. Een soortgelijke fout komt voor bij de vijfde lijn (ook yin) van hexagram 64, die ook als een 9 wordt aangeduid. Dat hexagram wordt benaderd als een omschrijving die een ondernemer aanmoedigt in de onderscheiden gradaties ijverig te blijven. Het symboliseert de situatie dat alles nog net niet op orde is, maar dat met inspanning alles op zijn pootjes terecht kan komen, omdat yin en yang met elkaar in evenwicht zijn en daardoor een goede ontwikkeling mogelijk maken. Maar het kan ook aangeven dat niet iedereen in de organisatie de juiste positie bekleedt, of teveel verschillende taken moet verrichten. Er wordt een sterke link met startende bedrijvigheid gelegd.

Na de behandeling van deze 4 hexagrammen volgt een wel erg summiere beschrijving van alle 64 hexagrammen. Daarbij wordt met name aandacht besteed aan de strekking van het hexagram om deze te “vertalen” naar de zakelijke context. Nuancering is in zo’n kort bestek lastig en ontbreekt dan ook. En ook hier geldt dat geen aandacht besteedt wordt aan bewegende lijnen, zoals dat wel met de vier behandelde gua’s gedaan is.

Als voorbeeld hexagram 55, Feng: Abounding (p 139)

“When the sun is at its zenith, prosperity and decay switch. When a business is at its best, leaders live comfortably but should plan for crises. Remind yourself often of the principle that “prosperity and decay switch”, to prevent loss in the future.”

Dr. Wong voelt toch de behoefte om zich als een I Tjing kenner te laten kennen. Dat doet hij –naast de besproken inleiding– door een vraag- en antwoordspel waarmee het boek afsluit. Daarin komen aan bod:

  • de drie versies van de Yi (Lianshan van de Xia-dynastie, Guicang van de Shang-dynastie en Zhouyi van de Zhou-dynastie), en de bijdrage van Confucius die daaruit de Yi tot een van de vijf Klassieken (jing) maakte; I Tjing (Yijing)
  • de verdeling in Jing (in eerste en tweede afdeling) en de 10 vleugels Zhuan
  • de wijze waarop je een hexagram kunt analyseren
  • de terugkerende woorden in het Oordeel
  • omkering van hexagrammen, stapeling en wisseling van trigrammen

Het vinden van het juiste hexagram vindt niet plaats door orakelen, maar door met een helder beeld van de probleemstelling na te gaan welk hexagram het beste bij de situatie past. Laat de betekenis dan goed tot je doordringen en volg de stappen: start met actie, neem maatregelen, behaal je voordeel en handhaaf. Daarmee wordt aan de ontwikkeling van de seizoenen gerefereerd, maar dat zal velen die de I Tjing niet al redelijk goed kennen bij een eerste lezing ontgaan. Terwijl die cyclische gang rond het Taiji symbool wellicht de belangrijkste kerngedachte bij de wetmatigheid van verandering in de I Tjing is.

Kennelijk wil de schrijver het gebruik van de in de I Tjing vastgelegde en becommentarieer-de wetmatigheid van verandering, die daarmee zicht op de “natuurlijke” toekomstscenario’s biedt, door het raadplegen van de I Tjing als orakel niet onder de aandacht brengen. Het mogelijke gebruik als orakel wordt in één zinsnede aangehaald, daar waar op de een na laatste bladzijde over de terugkerende woorden van het Oordeel wordt gezegd: “these are “conclusions”, words that are used to make judgements when doing divination or relating events” (p 148).

Dat zal dan ook wel de reden zijn dat het ontbreekt aan een beschrijving van het fenomeen van onbeweeglijke en bewegende lijnen en dat door omslag van de bewegende lijnen een nieuw hexagram ontstaat. De enige tekst die daarnaar verwijst is de al eerder aangehaalde zinsnede bij de zesde lijn van hexagram 2.

Voor gebruik bij een orakel raadpleging is het werk dan ook volstrekt ongeschikt, maar dat was kennelijk ook niet de opzet van de schrijver. Het gebruik als orakel, aanvankelijk voorbehouden aan de keizer en de elite, blijft onvermeld en orakelmethoden worden niet genoemd.

Het doel lijkt dan ook niet te zijn geweest om de I Tjing als ‘management tool‘ onder de aandacht te brengen, maar om een kapstok te hebben om managementrichtlijnen te verwoorden. Daarvoor zou hij evengoed citaten uit de klassieke Chinese filosofie hebben kunnen gebruiken. Zijn liefde voor de I Tjing, zoals deze uit het boek blijkt, heeft zijn keuze voor deze kapstok kennelijk bepaald, zonder dat hij daarbij echt uit de kast wilde komen.

Al met al is het boek geschikt voor een eerste kennismaking met het gedachtegoed van de I Tjing, ook al schuilt er een gevaar in de frivole benaderingswijze. De strekking van de tekst van de meer gedetailleerde uitwerking van de vier hexagrammen is overigens ook zonder verwijzing naar de hexagrammen of zelfs naar de I Tjing al zinvolle lectuur voor managers.

I Ching Management: Mastering Chinese Business Wisdom
Dr. Joseph Wong, Singapore, maart 2009
Asiapac Books ISBN 9789812295101

Noten

1 Noot van Harmen Mesker: De ‘drie betekenissen van Yi’ komt oorspronkelijk uit de Qian Zuo Du 乾鑿度, die begint met 孔子曰易者易也變易也不易也, wat Bent Nielsen in zijn doctoraalscriptie Over de Qian Zuo Du vertaalt als “Confucius said: Yi 易 means easy (易), change (變易), and constancy (不易)”. Dit zinnetje is populair gemaakt door Kong Yingda 孔穎達 (574-648) uit de Tang-dynastie, die zijn Zhouyi Zhengyi 周易正義 toelichting op de I Tjing begon met een hoofdstuk over de betekenis van Yi. Het zinnetje wordt vaak aangegrepen om het karakter yi 易 te vertalen, waarbij dan wordt gezegd dat yi tevens ‘constant’ betekent. Maar de auteur van de Qian Zuo Du had het waarschijnlijk niet over het karakter yi, maar over het boek Yi(-jing). Meneer Wong leest ’t blijkbaar anders, want hij vervangt de betekenis yi, ‘gemakkelijk’ door jianyi 間易, ‘eenvoud(-ig), simpel’. Dat is toch net even wat anders.

2 Zo blijft de centrale mantra, waarmee het Oordeel van het eerste hexagram ook begint, yuan (verheven en initiërend), heng (voorspoedig en probleemloos), li (gunstig en bevorderlijk) en zhen (standvastig en vastberaden), die als de centrale deugden van een goed leider mogen gelden, als richtinggevend element in de beoordeling of een situatie gunstig of ongunstig is onbelicht. Volgens Alfred Huang/Wang Guowei (1877-1927) had deze mantra oorspronkelijk een andere betekenis, n.l.: yuan (oorsprong), heng (rituele offergaven), li (oogsten van graan met een mes) en zhen (orakelraadpleging).

3 Zo vind ik het persoonlijk jammer dat bewegende lijnen, die het cyclische karakter van iedere ontwikkeling zichtbaar maken, niet als zodanig worden aangeduid. Juist bij de zesde lijn van hexagram 2 en als alle lijnen van hexagram 2 bewegen kan goed verklaard worden waarom bewegende lijnen zo belangrijk zijn. Waarschijnlijk is het goed ons daarbij te realiseren dat het “stoeien met lijnstructuren” een typisch Westerse gewoonte is.


Over de recensent Marcel Dierselhuis
Met een werktuigbouwkundige en bedrijfskundige opleiding en uitgebreide ervaring als ondernemer, interim manager en consultant op het gebied van micro- en nanotechnologie, is hij tot goede analyses in een bedrijfsmatige context in staat. Van jongs af aan heeft hij zich daarnaast intensief bezig gehouden met filosofie, psychologie en wereldbeschouwingen. Hij voelt zich het meest verwant met het Taoïsme.
Vanaf eind jaren ‘70 is hij een fervent gebruiker van de I Tjing, ook in de zakelijke context. Sinds medio 2009 stelt hij zijn talent, expertise en enthousiasme als I Tjing Management™ ter beschikking aan het topmanagement van organisaties en bedrijven om met name de beeldvorming en meningsvorming bij besluitvormingsprocessen te onderbouwen.

Voor informatie: marcel@yijingbusinessacademy.nl

Bookmark the permalink.

Geef een reactie/Leave a comment