Leef zuinig, wordt bi!

(Deze column heeft eerder, in iets gewijzigde vorm, gestaan in het blad Genoeg dec. 1998.)

‘Consuminderen’ is een relatief nieuw werkwoord, en je beoefent het als je doelbewuster, en met beleid, met je uitgaven omspringt. Nu de Aziatische crisis in volle hevigheid aan de gang is, worden ze daar ook met hun neuzen op het consuminderen gedrukt. Ze hebben in China nog geen woord voor consuminderen uitgevonden, maar ze kennen daar wel een gezegde dat goed weergeeft wat je door consuminderen kan bereiken: ‘spaarzaamheid betekent onafhankelijkheid’. Als het om spaarzaamheid gaat zeggen ze in Japan zelfs ‘Zoek voor jezelf een spaarzame vrouw, al moest je daarbij een paar schoenen verslijten’. Waarmee maar weer wordt aangegeven dat ook in Japan de vrouwen over het algemeen geacht worden een gat in de hand te hebben. Maar het voordeel van consuminderen wordt dus wel gezien.

Nu was li, ‘voordeel’, vroeger een beetje een vies woord in China. Toen een oude koning eens aan Mencius vroeg welk voordeel hij had aan het bezoek van deze oude wijsgeer, mopperde Mencius waarom de koning het nou weer zo nodig over voordeel moest hebben. Als hij al meteen aan voordeel dacht, wat zou er dan wel niet met zijn land gebeuren als zijn onderdanen dat ook eens gingen doen? Voor je het weet is iedereen elkaar aan het bestelen om maar voordeel te behalen. Het jagen op persoonlijk voordeel mag niet het streven zijn van je optreden, vond Mencius.

Maar, vroeg ik mezelf af, als voordeel niet een goede motivatie is voor je handelen, en dus ook niet voor consuminderen, wat is het dan wel? Het leek mee een aardige vraag om aan de Yijing voor te leggen. Ik vroeg aan de Yijing ‘Wat is je visie op consuminderen?’ en het boek wees me op hoofdstuk 8, ‘Samenwerken’. Eigenlijk had ik verwacht hoofdstuk 41, ‘Vermindering’, of 60, ‘Beperking’ als antwoord te krijgen, maar nee, volgens het oude Chinese boek draait consuminderen om samenwerken. Daar zit wat in. Wie spaarzaamheid wil betrachten zonder hulp en steun van anderen, krijgt het moeilijk, want minder uitgeven betekent vaak meer delen, hoe tegenstrijdig dit wellicht ook klinkt. Het is een Chinees principe: wat je zaait, zul je ook oogsten. Die wisselwerking heb je nodig, als je zuinig wilt leven zonder gierig te zijn. Consuminderen is iets anders dan minder geld uitgeven door je af te zonderen. Consuminderen vereist coöperatie.

Het Chinese woord voor samenwerking is bi. Wie bi is, weet blijkbaar wat samenwerken is. Maar de Yijing auteur Alfred Huang zegt over bi: Vroeger was een bi de eenheid van het Chinese huishoudregistratiesysteem. Een groep van vijf huishoudens vormde een eenheid, een bi, en binnen elke bi werd een hoofd aangewezen die de verantwoording droeg voor het reilen en zeilen in de omgeving. Een bi symboliseert hiermee de hechte band tussen mensen in een gemeenschap. Een bi is de voorganger van wat later de gongshe zou worden, de commune, waarbinnen hele dorpen vallen onder een centraal bestuur, dat de dagelijkse gang van zaken tot in detail bepaalt.

Dat het model van de commune achterhaald is, is niets nieuws. Maar het idee voor samenwerking begint bij consuminderende Westerlingen wel steeds meer door te dringen, kijk bijvoorbeeld maar eens naar het Lets-systeem of soortgelijke initiatieven. Hierdoor leer je dat spaarzaamheid ook léuk kan zijn, en meer oplevert dan winst alleen. Met de leukigheid moet je trouwens wel een beetje oppassen. Want, zoals de Chinezen zeggen, ‘het brengt weinig winst als men gaat slapen om de kaars te sparen, wanneer men daardoor tweelingen verwekt”.