I Tjing Centrum Nederland

 
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Chuppies

E-mail Print

(Deze column heeft eerder, in iets gewijzigde vorm, gestaan in het blad Genoeg okt. 1998.) 

Wie door China trekt, en grote steden als Beijing of Shanghai aandoet, loopt vroeg of laat gegarandeerd tegen een chuppie aan. En wie er op gaat letten ziet ineens overal chuppies: je ziet ze op het terras, in het Westers aandoende winkelcentrum, en in de discotheek. We hebben het hier niet over de befaamde lolly die een soortgelijke naam draagt, hoewel er wel enige overeenkomst is: net als het snoepgoed zijn chuppies doorgaans opvallend gekleed en liggen ze goed in de markt. Een chup is de Chinese yup van vandaag. Want wat twintig jaar terug niet kon, niet mocht en werd afgekeurd, is vandaag de nieuwste rage: laten zien dat je met bakken geld verdient. Rijkdom is in. Dat op zich is niets nieuws, want een Chinees en geldelijk gewin, dat is als de fortune-cookie met de wijze spreuk - het zit er in gebakken. De God die het meeste wordt vereerd in de Chinese huishoudens is Cai-shen, de god van de rijkdom, er is geen woning in China waar hij ontbreekt. Tot 1912, het jaar dat de laatste dynastie omver werd geworpen en het Verenigde Keizerrijk een republiek werd, was voor veel lagen van de bevolking rijk worden de normaalste zaak van de wereld, hoewel dit natuurlijk niet voor iedereen was weggelegd en dan ook doorgaans met afgunst werd bekeken. Maar het mócht, en niemand die je tegenhield. Tot het communisme zijn intrede deed, want in die doctrine past geen persoonlijk bezit, laat staan geld verdienen als water. Als men wist wie het had pakte men het van ze af, en wie het had terwijl niemand het wist hield wijselijk z'n mond. En zo deed men alsof iedereen even rijk was. Maar het communisme is op z'n retour, en de oude materiële waarden van vroeger zijn weer uit de kast gehaald: er is ruimte voor de Chinese yup. Wie China altijd zag als het land van de hogere spirituele waarden, kale mediterende monniken, pittige Pekingeend en scherpe naalden, ziet niet iets wat er niet is. Maar het is maar één kant van het land, en wie beter kijkt ziet dat er achter deze dunne sluier een harde wereld verborgen ligt die draait om één ding: geld. En dat is logisch, want voor 90% van de bevolking is geld een schaars goedje, zeker nu de staat steeds minder uitdeelt en iedereen langzaamaan geacht wordt voor zichzelf te zorgen. De chuppie heeft dat goed in z'n oren geknoopt en de kunst afgekeken van het Westen, want jeetje, wat kunnen wij tussen alle voetbal-vechtpartijen en Air Miles-Bonus-Kredietkaarten goed voor onszelf zorgen. We kunnen de chup wat dat betreft niets verwijten.

Maar jammer vind ik het wel een beetje. Want de filosofische kant van China komt nu ook weer wat in het gedrang. Die leerde de mens spaarzaamheid, tevreden zijn met genoeg. In de geschriften van Zhuang-zi lezen we over Yuan Xian, een spaarzaam geklede man, die in een hutje woonde vol met kleine ongemakken: een lekkend dak, een kapot raam, dat soort dingen. Confucius, toen in redelijk goeden doen, ging eens bij hem langs, maar keek verschrikt naar de staat van zijn kleding en behuizing: "Ach meester, wat ben je betreurenswaardig in deze toestand!". Maar Yuan Xian antwoordde: "Ik heb gehoord dat wie geen geld heeft armoedig is, en dat wie niet in staat is wat hij geleerd heeft, in de praktijk uit te oefenen, betreurenswaardig is. Welnu, ik ben misschien armoedig, maar niet betreurenswaardig".

Ik ben toch een beetje bang dat de chup straks is vergeten wie Yuan Xian was.

 

Add your comment

Your name:
Your email:
Your website:
Comment (you may use HTML tags here):
  The word for verification. Lowercase letters only with no spaces.
Word verification: