I Tjing Centrum Nederland

 
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

De I Tjing in Vietnam: vanzelfsprekend, maar onopvallend

E-mail Print

Stef Jacobs (1959) zal voor deze website af en toe artikelen schrijven over de I Tjing en aanverwante zaken. Zelf zegt Stef hierover:

Ik studeerde museumkunde en geschiedenis, waaronder boekgeschiedenis. Ook Henri van Praag van de Internationale Universiteit van Lugano was mijn leraar. Tegenwoordig werk ik als onderzoeker bij het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar ik ook woon.

De I Tjing heb ik van thuis meegekregen. De krachtige beelden van dit boek houden mij een spiegel voor. Fascinerend, hoe dat de onheugelijk oude hexagrammen steeds nieuwe levenslessen geven.

Op deze site hoop ik geregeld waardevolle inzichten over de I Tjing toegankelijker te maken. Zo werk ik aan een denkbeeldig I Tjing museum, mijn toevluchtsoord.
Stef heeft ook een weblog waar hij zijn onderzoeken op bijhoudt. Hieronder zijn eerste bijdrage.
In het onderstaande samengevat Yijing scholarship in late-Nguyen Vietnam: a study of Le Van Ngu's Chu Dich Cuu Nguyen (Een onderzoek naar de wortels van de I Tjing) door Benjamin Wai-Ming Ng.

Lang was de I Tjing onder Vietnamese geleerden populair noch invloedrijk. Omdat er maar weinig Vietnamese geschriften over dit orakelboek zijn overgeleverd, is nauwelijks bekend hoe het hier bestudeerd werd.

De introductie van de I Tjing in Vietnam is niet precies te dateren. Wel is in hoofdlijnen bekend, hoe dit boek in dit land verspreiding kreeg. Tijdens de Chinese overheersing (111 vC - 939 nC) reisden veel ambtsdragers en studenten naar China. Zij brachten wellicht I Tjing-commentaren mee terug. Later, tijdens de Ly dynastie (1010-1225), steeg de invloed van de Boeddhisten. Sommige monniken, waaronder Buu Gian (jaartallen onbekend), bestudeerden het orakelboek. De Tran-dynastie (1225-1400) keerde terug tot het Confucianisme. In de daarop volgende Lê-dynastie (1428-1789) werd de I Tjing als een klassiek Confuciaans werk gepropageerd. De maatschappelijke invloed van het boek bleef blijkbaar beperkt, want er werd in de staatsexamens nauwelijks naar gevraagd. Wel kregen I Tjing-geleerden naam, zoals Nguyen Binh Khiem (1491-1585) die in de I Tjing een brug tussen Taoisme en Boeddhisme zag. De diplomaat Le Quy Don (1726-1784) publiceerde over de I Tjing en bepleitte er hervormingen mee. Tijdens de daarop volgende Nguyen-dynastie (1802-1945) veranderde de samenleving sterk. Eerst maakte het Confucianisme opnieuw opgang. Een I Tjing-vertaling in het nom-schrift verscheen en oude commentaren werden in de examens opgenomen. Ook volgden nieuwe beschouwingen. Dang Thai Bang (jaartallen onbekend) bewerkte de tekst van de hexagrammen tot een gedicht (1815). De latere Nguyen-periode was een tijd van hevige crises. De Franse bezetters bevorderden het Westerse denken. Hervormers zoals Phan Boi Chau (1867-1940) kwamen hiertegen in opstand. Hij verzorgde een vertaling van de I Tjing. Belangrijk is ook Le Van Ngu (1859-?), over wie zo meer.

Al met al is de bestudering van de I Tjing in Vietnam in de loop van duizend jaar niet tot grote bloei gekomen. Originele zienswijzen waren uitzondering en de kijk op het boek bleef uiterst pragmatisch. Voor de meeste Vietnamezen diende de I Tjing praktische doelen. De ideeën van het boek drongen door in politiek, geneeskunst, landbouw, kalender, geografie, religie en folklore. Zo pastte de beroemde kruidendokter Le Huu Trac (1720-1791) denkwijzen uit de I Tjing toe. Het acht-trigrammen symbool werd veel als talisman gebruikt.

Le Van Ngu's kijk op de I Tjing
Een commentaar op de I Tjing is het manuscript van Le Van Ngu, Chu Dich Cuu Nguyen (Een onderzoek naar de wortels van de I Tjing, 1916). Le was een kenner van Confucius, die zich in de I Tjing gespecialiseerd had. Hij was gezakt voor zijn examens, maar had wel in overheidsdienst gewerkt en in 1900 als attaché Parijs bezocht. Hij werd als onorthodox geschouwd en noemde zichzelf zelfs in officiële brieven getikt. Zijn publicaties waren doordrenkt van de I Tjing, want volgens Le waren alle zaken en veranderingen onderhevig aan zijn principes. Na dertig jaar studie schreef hij zijn commentaar, dat onuitgegeven bleef.

Le combineerde nummersymboliek, filosofische teksten en devinatie. In zijn ogen was de I Tjing ‘de fundamentele klassieker om de geest te leren kennen'. Veelbetekend is, dat Le eerdere commentatoren bekritiseert.  De westerse vernieuwingsdrang vormde een sterke kracht in Vietnam, die ook Le beïnvloedde. Hij ontwikkelde echter geen samenhangende visie op westerse ideeën. Hij merkte op, dat het wonder van de I Tjing tienduizend keer meer verbazingwekkend was dan kanon, schip, auto of elektriciteit. Het Westerse gelijkheidsideaal wees hij af.  Evenmin zag hij veel in de Christelijke opvatting van hemel en hel, omdat hij in de wisselwerking van yin en yang een betere verklaring voor de schepping vond. 

In zijn uitleg van Hexagram 23. Po/De Versplintering, steunde Le de monarchie door een oude tekstuitleg te citeren: ‘De berg rust op de aarde. Dit is het beeld van het Hexagram Po. (...) Sneeuw valt op de berg om alles te voeden en te verjongen. Met dit beeld in ogenschouw moet de heerser een grondwettelijke politiek aannemen en aandacht besteden aan de behoeften van het volk om zo het land te versterken. Zo laat de heerser het op de berg sneeuwen. Eerder las Kumazawa Banzan (1619-1691), een Japanse rebel, in dit hexagram ideeën over een op het volk gerichte politiek. Hedendaagse interpretaties spreken van aanmatigende leiders, die tenslotte het veld moeten ruimen.

Le was één van de Vietnamese intellectuelen, die door de modernisering gefrustreerd raakten. Deze verloren generatie had geen antwoord op de koloniale agressie. Net als geleerden in China, Japan en Korea in deze crisistijd herzag Le de Confuciaanse ideeën in de I Tjing. Zijn beschouwing is nuchter en verfrissend.

Wai-Ming Ng was willing to answer some questions:

1. Why is the Vietnamese reception of the I Ching different from that in other Asian countries?
I find it difficult to answer, as all nations have their own path of Yijing scholarship. The underdevelopment in Yijing scholarship in Vietnam can be explained in terms of the lack of interest in metaphysical thinking and the state ideology.

2. Why has the manuscript of Le Van Ngu not been published? Did the writer lack money? Was it a political risk? Why hasn't it been published later?
Le asked the colonial government to publish, but in vain. I only found and used the hand-written manuscript  in  the Institute of Sino-Nom Studies. I do not know whether he has published it by himself (I don't think so).

3. Why did Le Van Ngu call himself a 'crackpot' even in official letters? Surely being an onorthodox Confucianist wasn't reason enough for him to damage his own image?
This shows this state of mind as being a frustrated scholar.

4. Are there any details known of Le Van Ngu's trip to Paris?
No.

5. Did Le Van Ngu interprete the ominous hexagram 23 in relation to the changing Vietnam of his days? What did he expect of the future of his country?
Seldom. I guess for playing it safe.

6. Are there photographs of Le Van Ngu available?
No.


Benjamin Wai-Ming Ng is verbonden aan het Department of Japanese Studies van de Chinese University van Hong Kong.  Het geschrift van Le bevindt zich in het Institute of Sino-Nom Studies in Hanoi. Het artikel van Wai-Ming Ng verscheen in Vietnamese studies (2003 3 1) en staat op http://hmongstudies.com/NgPaper2003.pdf

 

Add your comment

Your name:
Your email:
Your website:
Comment (you may use HTML tags here):
  The word for verification. Lowercase letters only with no spaces.
Word verification: